‘Ik geloof dat God mij naar haar stoepje heeft gestuurd’
De Vrouw met de Baard is Carl Lemette en Mas van Putten, een creatief en culinair duo dat kookt, schrijft, fotografeert en verhalen vertelt. Hun eigen persoonlijke verhaal is het verhaal van een onveilige jeugd en de mooie ervaringen en resultaten van hun helingsproces.
Het interview met Mas van Putten (64) en Carl Lemette (59) vindt plaats op een historische plek: het huis aan de Amsterdamse Singel waar Mas en Carl elkaar voor het eerst zagen. Mas zat op haar stoepje een glas wijn te drinken, Carl kwam voorbijlopen, ze raakten met elkaar in gesprek, liepen samen een ommetje en zijn sindsdien bij elkaar.
‘‘Carl heeft er heel lang over gedaan om mij mee uit te vragen’’, zegt Mas. Zij was net gescheiden en niet bezig met mannen. Maar Carl was ervan overtuigd dat Mas en hij voor elkaar bestemd zijn: ‘‘Ik geloof dat God mij naar haar stoepje heeft gestuurd.’’ Zij delen niet alleen hun Indische/Molukse afkomst (Mas is Nederlands-Indonesisch met Moluks bloed, Carl heeft een Indisch- Belgische vader en een Molukse moeder), maar ook hun passie voor koken. ‘‘Je kunt met koken heel veel bewerkstelligen: een gezin bij elkaar houden, genegenheid tonen, liefde doorgeven bijvoorbeeld’’, aldus Mas. En dat deed Carl: ‘‘We gingen al een tijdje met elkaar om toen Mas ziek werd.’’ Mas: ‘‘Carl keek in mijn keukenkastjes en ging aan de slag. In tien minuten maakte hij een bami. Toen wist ik: ik kom thuis, in mijn eigen cultuur, in de geuren en smaken die ik van huis uit kende. En in de liefde natuurlijk.
Door Carl heb ik een Indisch/ Moluks huis gekregen. Behalve dat ik hem als persoon liefheb, vind ik het ook bijzonder dat ik eigenschappen – waarvan ik me zelf niet eens bewust was – terugzie in hem. Hoe je je liefde en genegenheid uit, de overdreven zorgzaamheid (muts op in de zomer!).
Percentages
Mas: ‘‘Door Carl ben ik me ook veel meer bewust geworden van mijn achtergrond. Ik besta uit verschillende delen: ik ben Hollands en ik ben heel Indisch; erfgoed uit de koloniale tijd. Maar er zit ook een deel Indonesië in mij. Dat deel zijn wij nu allebei aan het ontdekken.’’ Carl: ‘‘Het Molukse deel hebben we helemaal onderzocht. We zijn er met z’n tweeën geweest en hebben een boek geschreven. We beseften dat we niet meer hoefden te zoeken: we zijn gewoon Moluks, punt.’’ Carls familie van vaderskant komt uit Semarang, zijn moeder is geboren in Menado en zijn opa komt van het eiland Saparua. De moeder van Mas komt uit Lawang, Java. Vraag ze niet hun Molukse, Indische, Indonesische en/of Hollandse afkomst in percentages uit te drukken. Die vraag stuit ze tegen de borst: het is een koloniale vraag, vinden ze. Carl: ‘‘Op de Molukken zullen ze nooit vragen hoeveel procent Moluks of Indisch je bent: je bent gewoon Moluks en je komt als een verloren kind thuis. Hier willen ze wel altijd je Moluks/Indische gehalte weten – in verhouding tot je Nederlandse genen. Dat stamt uit het koloniale verleden: hoe witter je was, hoe hoger je aanzien en hoe beter je baan en sociale positie. Dat zit er nog steeds in.’’
Mas: ‘‘Alsof iemand die 10 procent Moluks/Indisch is minder is dan iemand met 60 procent.’’
Mas en Carl hechten veel meer betekenis aan het ritueel waarmee zij op het eiland Seram door de daar levende Alifuru-gemeenschap in een indrukwekkend ritueel ‘tot familie’ werden gemaakt. Zij kregen beiden in een ‘serene stilteceremonie’ speciale, rode doeken om hun hoofd gebonden. ‘De ceremonie trekt me in een vacuüm van stilte en tijd’, schrijft Carl in hun boek Maluku. ‘Alleen wij, de Huaulu en het ritme van de jungle en onze ademhaling bestaan. Het wordt een beginpunt van iets, iets wat vanaf dat punt ons leven gaat veranderen.’Hoewel de migratie van mijn grootouders natuurlijk een nog veel omvangrijker invloed heeft gehad op hun leven, deed mijn nieuwe werksituatie me stilstaan bij de grote impact van onzekerheid en hoeveel het betekent om zelf te kunnen kiezen, in plaats van door omstandigheden gedwongen te worden levensbepalende stappen te nemen.