Voor de Nederlands-Indische gemeenschap

Daya lenting, de kunst van terugveren

In het Indonesisch bestaat een woord dat niet in één keer te breekt niet. En als de storm voorbij is, staat het weer recht. Zonder geweld. Zonder drama. Alsof het simpelweg weet: dit gaat over.
Mijn oma, de moeder van mijn moeder, was zo. Ze maakte zichzelf niet belangrijk. Sprak zelden over vroeger. En toch: als ze de kamer binnenkwam, voelde je iets dat zich niet liet verstoren. Geen grote woorden. Geen verzet. Maar iets dat bleef staan.
Ze werd geboren in Ciamis, West-Java. In een huis met vrouwen, achter houten luiken, tussen geuren van rijst en jasmijn. Haar moeder, haar tantes, haar grootmoeder. Geen vader. Alleen zijn afwezigheid.
’s Middags zat ze stil op de drempel, keek hoe de dag zich uitstrekte. Soms liep ze naar de rotsachtige kust. Haar voeten in het warme zand, het geluid van de branding in haar oren. Ze keek naar de horizon zonder te weten waarom. Iets trok aan haar. Niet uit onvrede, maar uit verlangen.