Voor de Nederlands-Indische gemeenschap

Het onzichtbare zichtbaar maken

‘De historicus zoekt niet alleen naar wat er is maar ook naar wat er niet is, en welke stemmen ontbreken’

Suze Zijlstra is historicus. Ze is de schrijfster van het succesvolle boek De voormoeders. Een verborgen Nederlands-Indische familiegeschiedenis.

Als er iets is dat mij als historicus tegenwoordig aandacht hebben gekregen. Om juist de verhalen te vertellen die vroeger vooral werden weggestopt. Om het onzichtbare zichtbaar te maken.

Dat is wat koloniale geschiedenis betreft nog niet zo eenvoudig, want veel van die verhalen zijn diep weggestopt in enorme archieven. Alleen al het VOC-archief in Den Haag is, als je de alle mappen met documenten naast elkaar zou zetten, meer dan een kilometer lang. Dan is het archief in Jakarta niet eens meegerekend, dat nog omvangrijker is. En daarmee hebben we het ook nog niet over de negentiende en vroege twintigste eeuw gehad, toen de macht over de archipel in handen kwam van de Nederlandse staat en de productie van documenten alleen maar toenam.

De inhoud van deze documenten is doorgaans verre van neutraal. De producenten van de meeste historische bronnen waren tijdens de koloniale tijd in de Indonesische archipel vooral mannelijke bestuurders van Europese afkomst en hun (Indo-) Europese ambtenaren. Documenten werden vooral geproduceerd om het koloniale apparaat in stand te houden. Het waren de ambtenaren die bepaalden over wie er werd geschreven, welke details er werden vermeld, wiens naam het wel of niet waard was om te noteren. Deze documenten belandden ook niet automatisch in een archief.