Uit respect voor zijn grootouders kwam illustrator en multimedia designer Fâris van de Lisdonk (35) op het idee om digitaal getekende posters te maken van de boten waarmee de eerste generatie Molukkers naar Nederland kwam. Een herinnering aan de aankomst in Nederland en aan datgene wat deze gezinnen hebben opgeofferd.
In 1951 meerden elf schepen aan in Nederland, na een reis van een maand vanuit Indonesië. Aan boord Molukse soldaten, marinepersoneel en hun gezinnen. Een van die soldaten was de opa van Fâris van de Lisdonk (35). Fâris was een jaar of 19 toen hij zich begon te verdiepen in zijn achtergrond. Met een Nederlandse vader en een Molukse moeder vroeg hij zich af wie híj eigenlijk was. En dan waren zijn ouders ook nog islamitisch, een heel kleine minderheid binnen de overwegend christelijke Molukse gemeenschap. Fâris: “Ik ging mijn opa interviewen. Ik was benieuwd naar het verhaal achter die onuitgepakte koffer die op zijn slaapkamer stond, en die hutkoffer met onze familienaam en een legernummer erop. Mijn opa sprak niet goed Nederlands dus mijn moeder moest het vertalen
Trauma
Generationeel trauma is werkelijk een ding in onze gemeenschap, zegt Fâris, vanwege de diepgewortelde pijn bij de eerste generatie. “Zij werden uit hun dorp gerukt, weg van familie toen zij tussen de 20-30 jaar oud waren en in den vreemde, onder erbarmelijke omstandigheden in barakken werden geplaatst, met vaak maar een setje kleding per kind. Mijn moeder vertelde ooit dat ze als kind moest wachten bij de kachel tot haar kleding droog was, om weer kleren aan te kunnen doen na het wassen.” “De eerste generatie Molukkers heeft alles opgeofferd om er het beste van te maken voor hun kinderen hier in Nederland. De kinderen kwamen vaak niets te kort, zij ervoeren het kampleven als een speeltuin, lekker ravotten in de bossen, alsof het in een dorp was. Maar hun ouders zaten met verborgen pijn van verbroken beloftes, PTSS (posttraumatische stressstoornis) als gevolg van de oorlog tegen Japan, en verdriet van het weg zijn van hun thuisland. Zij spraken vaak niet over deze pijn, nooit over emoties. Sommigen begonnen met praten toen ze erg oud werden. Deze generatie dacht dat het verblijf in Nederland voor een paar maanden zou zijn, maar het werd voor de meesten een verblijf voor altijd. Mijn moeder vertelde altijd: ‘Hoewel mijn ouders met weinig rond moesten komen, had ik als kind nooit wat te kort’. En daar kunnen we alleen maar respect voor hebben