Voor de Nederlands-Indische gemeenschap

Pelgrimstocht langs de BIRMA-SPOORLIJN

Fotograaf Riekje Hoffman maakt met een fotoreportage van de Birma-Spoorlijn, waar beelden laten zien hoe tijd lagen over elkaar heen legt.

De Hellfire Pass was een onderdeel van de Birma- spoorlijn waarbij dwars door een bergketen gehakt moest worden. De krijgsgevangen moesten dag en nacht werken onder vreselijke omstandigheden. Cholera, infecties, verwondingen, uitputting en andere ziektes zorgden voor honderden doden. De fakkels zorgden ’s nachts op de rotswanden voor schaduwen van de Japanners en de krijgsgevangenen op de rotsen. Het leek op het vuur van de hel, vandaar de naam Hellfire Pas.
Volgens Stichting Herdenking Birma-Siam Spoorweg & Pakan Baroe Spoorweg werden er in totaal 225.000 dwangarbeiders 46 door redactie door redactie en krijgsgevangenen ingezet van wie ongeveer 100.000 het niet overleefd hebben. Onder de doden waren ruim drieduizend Nederlandse krijgsgevangenen.
Fotograaf Riekje Hoffman: ‘‘Mijn vader overleefde de Birma- spoorlijn maar de rest van zijn leven droeg hij de zichtbare en onzichtbare littekens met zich mee. Ik maakte deze reis niet om antwoorden te vinden, maar om te kijken. En om te begrijpen wat een geschiedenis, die ik zelf niet heb meegemaakt, toch heeft nagelaten. De oorlogservaringen van mijn ouders en hun generatie vormen de achtergrond van deze beelden. Over dat verleden werd weinig gesproken. Zwijgen was geen ontkenning, maar een vorm van overleven. Veerkracht betekende doorgaan, zorgen, opnieuw beginnen. Die houding maakte het mogelijk om verder te leven, maar liet ook sporen na bij de generaties daarna. Het gaat vooral om hoe je gevormd kunt zijn door de geschiedenis en toch niet al het leed, pijn en frustraties, in je eigen rugzak kunt blijven dragen. Mijn reis naar Birma is slechts een onderdeel van het terugleggen van een intergenerationele pijn. Ik weiger slachtoffer van de geschiedenis te zijn. Ik ben vrij, en mijn streven is om onrecht te herkennen, te benoemen en te begrijpen, zodat toekomstige generaties leren om zich in de ander te verplaatsen.’’