Voor de Nederlands-Indische gemeenschap

Troostzoekers

‘Inmiddels doorzie ik dat onze loyaliteit op velerlei vlakken generaties oversteeg’

Anne Marsman (34) is psycholoog, traumatherapeut, oprichter van het online platform Traumanet en gepromoveerd op onderzoek naar de impact van ingrijpende jeugdervaringen. Ze werkte mee aan de documentaire ‘Stemmen van naoorlogse generaties’. Anne Marsman is derde generatie: haar grootouders van moeders kant zijn geboren in Indië en na de oorlog naar Nederland gekomen. Ze schrijft het liefst voorbij Indisch zwijgen. Over het kwetsbare, pijnlijke, donkere en duistere dat veelal werd en wordt verzwegen, maar ook een plek mag krijgen.

‘Adoe Annemeis, eet toch gewoon, is toch lekker.’ Ik hoor het tante Ilse nog zeggen, met een combinatie van ernst, frustratie en zorg. Ik was een jaar of 15, 16 en had moeite met eten. Of eigenlijk had ik helemaal geen moeite met eten, maar iets in mij wilde het niet meer. Iets in mij schreeuwde nee, verbood en hield mijn lippen op elkaar. Paradoxaal genoeg herkende ik in die strengheid naar mezelf vooral mijn tante, die mijn weigering van haar koekjes en witte blokjes chocola maar niet kon begrijpen. Of misschien juist maar al te goed. De foto van de jonge vrouw die ze ooit was, en die ze nog altijd in een hoek van de kamer had staan, verraadde een worsteling die ik maar al te zeer herkende. It takes one to know one, zeggen ze wel eens. En wij kenden elkaar, al beleefden we de diepte van onze verbinding het meest in ons zwijgen en nadat ze was heengegaan. Pas toen stelde ik mijn vragen aan haar, zag ik onze gelijkenissen en ook de verstrikkingen die waren ontstaan. Angsten en overtuigingen die ik altijd had geleefd en beleefd als de mijne, heb ik pas vrij recent weten te plaatsen als van haar. En als van mijn oma, haar zus. En als van mijn eigen moeder. Inmiddels doorzie ik dan ook dat onze loyaliteit op velerlei vlakken generaties oversteeg, en hoezeer wij steeds opnieuw elkaars worsteling en lot hebben gedragen. Zo ook als het ging om eten, en om de relatie met ons lijf. Of één van beide überhaupt ooit ongecompliceerd is geweest in onze vrouwenlijn, ben ik gaan zien als een retorische vraag.
Troost. Ik vermoed dat het in de kern voor ons allen daar vooral om ging. Een onstilbare honger naar troost, naar veiligheid, naar het vullen van een leegte waar geen enkele eetbui een oplossing voor bleek.