Naroa van Nieuwamerongen volgt een master Asian Studies en liep stage bij Yayasan Vesta Indonesia, een maatschappelijke organisatie in Yogyakarta die zich inzet voor voorlichting en belangenbehartiging van sekswerkers. Haar veldwerkbezoek aan Pasar Kembang in het centrum van de stad, vlakbij Stasiun Tugu en Jalan Malioboro, maakte diepe indruk. Ze deelt haar gedachten.
Vorig jaar zomer liep ik een maand Indonesia, een lokale maatschappelijke organisatie gevestigd in Yogyakarta. Vesta richt zich op onderwijs, gezondheidszorg, cultuur en sociale en humanitaire kwesties, met een speciale focus op het waarborgen en verbeteren van seksuele gezondheid in de samenleving en het controleren en bestrijden van hiv. De risicogroepen zijn vrouwelijke sekswerkers, transgender vrouwen, mannen die seks hebben met mannen en injecterende drugsgebruikers. Medewerkers van Vesta zetten zich dagelijks in om het hiv-percentage naar nul te brengen, en houden zich daarnaast bezig met educatie van en belangenbehartiging voor deze risicogroepen. Dit laatste is hard nodig, want naast de strijd voor seksuele gezondheid moet er tevens worden gevochten tegen een hardnekkig maatschappelijk stigma.
Voordat mijn stage bij Vesta begon, woonde ik al vijf maanden in Yogya. Ik studeerde een semester aan de Universitas Gadjah Mada om mijn bachelor South and Southeast Asian Studies af te ronden. Deze maanden leerden me meer over Indonesië en haar inwoners dan alle voorafgaande jaren in de Leidse studentenbanken hadden gedaan. Ik vond het een voorrecht om in Yogya het dagelijks leven en lokale gebruiken te kunnen observeren en deze te vergelijken met mijn eigen leven in Nederland. Deze essentie van vergelijken maakte dat ik zo graag stage wilde lopen bij een organisatie zoals Vesta. Vesta’s visie en missie bestaan uit thematiek die me erg aan het hart gaat. Als Asian Studies studente met een zeer sterke overtuiging van het belang van seksuele voorlichting vanaf jonge leeftijd, sta ik geheel achter Vesta’s doel om seksuele gezondheid te bevorderen én tegelijkertijd de Indonesische cultuur te behouden en te promoten. Daarnaast was ik erg onder de indruk van Vesta’s openheid over taboe-doorbrekende thema’s op haar socialmediakanalen. Wekelijks verschijnen er op de Instagrampagina @halo.vesta vrolijk gekleurde posts om iedereen die zich hiertoe geroepen voelt uit te nodigen voor een gratis hiv-test. Het lukt Vesta om van een beladen maatschappelijk onderwerp iets luchtigs en laagdrempeligs te maken.
Het is dezelfde luchtigheid en laagdrempeligheid waar ik tijdens mijn eerste dagen op het kantoor van Vesta even aan moest wennen. Hoe geef je jezelf een houding als je tijdens je eerste teamoverleg meedoet aan een Kahoot (een interactief progamma waarmee je online quizjes kan afnemen, red.) en je net genoeg Bahasa beheerst om te begrijpen dat de vraag luidt: ‘Bij welk standje is het hiv-virus het makkelijkst overdraagbaar bij seks tussen twee mannen?’. Voor mijn collega’s een lachsalvo en voor mij een zeer ongemakkelijk rood hoofd toen bleek dat ik de enige was die het antwoord niet juist had. Nagenoeg al mijn collega’s behoren of behoorden tot één van de genoemde risicogroepen. Het maakte dat ik me deze maand in een totaal andere bubbel begaf dan ik daarvoor aan de UGM had gedaan.