De organisatie Indische Naoorlogse generatie, afgekort INOG, slaat een nieuwe weg in onder de nieuwe naam INOG’26.
Jullie hebben de oorlog gewonnen, maar zijn tot in het vierde geslacht de verliezers.’’ Deze uitspraak deed een Japanse legerofficier nadat hij zich in Nederlands- Indië na de beëindiging van de Tweede Wereldoorlog had overgegeven. Toen onze ouders en grootouders naar Nederland kwamen, namen ze hun trauma’s mee: de oorlog en de woelige periode hierna in voormalig Nederlands-Indië, de gedwongen repatriëring, de moeizame aanpassing in Nederland. Ze hadden besloten er nooit meer over te praten, de ‘assimilatie’ verliep ogenschijnlijk geruisloos. Dat hun trauma’s konden doorwerken in het leven van hun kinderen was nog niet zo bekend als tegenwoordig. De ingeslikte pijn en het verdriet kregen de kans zich om te zetten in, voor hun kinderen, voelbare spanningen. Kinderen die materieel nauwelijks iets tekort zijn gekomen, maar door de trauma’s van hun ouders emotioneel des te meer hebben moeten missen.*
Voor deze Indische, naoorlogse generatie werd ruim dertig jaar geleden de INOG opgericht. Voor het eerst vertelde de tweede generatie haar verhaal. Nu gaat de organisatie verder onder de nieuwe naam INOG’26.
Maar op een iets andere manier. Er is nog steeds behoefte aan een plek waar Indische en Molukse mensen hun verhaal willen delen. Maar het nieuwe uitgangspunt: het zichtbaar maken van de Indische wortels, de geschiedenis en uitwerking daarvan in het nu. Initiatiefnemers zijn Babs Langenberg en Charles Ario. ‘‘De INOG is ooit gestart vanwege de problematiek van de tweede generatie. Wij willen dat eigenlijk achter ons laten en een nieuwe weg inslaan door de Indische geschiedenis en cultuur te bespreken, maar zonder de trauma’s te vergeten. Waar wij ons voor willen inzetten, is dat ons verhaal en geschiedenis worden doorgegeven. Door vermenging wordt het Indisch bloed dunner, je kunt niet altijd meer aan iemand zien of hij of zij Indische roots heeft. Maar de behoefte om te weten wat jouw verhaal is, waar je vandaan komt, blijft.’’ Henk Bakker, als arts gespecialiseerd in Indisch oorlogstraumatologie, was ooit medeoprichter van de INOG en nu als adviseur betrokken bij INOG’26. ‘‘Wij leven in de 21ste eeuw, een tijdperk waarin het bewustzijn en zelfbewustzijn zich steeds meer ontwikkelt. En ook de aandacht en kennis over het verleden nemen steeds meer toe. Wij merken dat de geschiedschrijving tot nu toe zeer eenzijdig is geweest, maar de jongeren verlangen steeds meer duidelijkheid. Zij willen echt weten hoe de vork in de steel zat en beginnen vragen te stellen aan de ouderen. Niet om te oordelen, maar oprecht weten hoe dingen verlopen zijn. Ze zijn op een eigentijdse manier bezig het zwijgen te doorbreken. Films als Indisch Zwijgen en Tussen Wal en Schip – Geruisloos Indisch vertellen allemaal op hun eigen manier iets over het koloniale verleden, migratie, zwijgen en identiteit. Zij hebben verder geholpen in onze zoektocht en zijn een uitnodiging om te kijken, te voelen en opnieuw na te denken over een gedeeld verleden.’’