Voor de Nederlands-Indische gemeenschap

VERKAASD

Scheveningen zomer 2004. Met mijn twee dochters – Een wat ouder pubermeisje loopt op hen af en vraagt stralend: ‘Hé, zijn jullie ook Indisch?!’ Enigszins overrompeld antwoorden ze: ‘Ja!’, waarop het meisje doorloopt en trots zegt: ‘Ik ook, 25%!’

Verbluft kijk ik het meisje na. Die trots en die openheid. Ik voel tegelijk de reactie van mijn dochters: verbazing en ook ongemak. Zo maar op straat worden mijn dochters met een Nederlandse vader herkend als Indisch. Het meisje zegt het zonder aarzeling, alsof ze iets benoemt wat al zichtbaar was. Mijn dochters antwoorden kort, alsof ze deze vraag niet gewend zijn, alsof ze even moeten zoeken naar wat ze precies zeggen.

Indisch, so what?
Toen ik zelf 14 jaar oud was, sprak ik niet over Indisch-zijn met mijn vrienden, ook niet met Indische vriendinnen. Ja, je was Indisch, so what? Met andere Indische pubers kwam het onderwerp niet ter sprake. Buitenshuis, op school en met vrienden, gedroegen we ons Nederlands. We spraken ABN. We kozen kleding die paste bij de subcultuur waar we bij hoorden. We aten met leeftijdsgenoten kroketten en een broodje bal, en soms zelfs een bami- of nasibal. Niemand stelde vragen. Niemand zocht naar woorden. Iedereen wist wat hoorde en wat niet.

‘Niemand legde het uit. Niemand benoemde het. Iedereen kende het. Wie erbij hoorde, herkende het meteen’ Binnenshuis was dat anders. We leefden wel Indisch. Familiefeestjes met overvloedig Indisch eten, de fles op het toilet, bijgeloof (‘Nee niet doen, brengt ongeluk!’), foute uitspraken over Hollanders (‘Belletje blinkt, billetje stinkt’), jamu drinken (vies, maar fantastisch voor je huid), de geur van tijgerbalsem of kayu putih olie bij hoofdpijn of verkoudheid, een snuifkus van een tante, als kind over de pijnlijk rug van een familielid lopen. Dat alles hoorde bij het dagelijks leven. Niemand legde het uit. Niemand benoemde het. Iedereen kende het. Wie erbij hoorde, herkende het meteen.

Weinig verbinding
Toen hij 16 was zei mijn zoon: je bent echt een verkaasde Indo, mam! Ik was verbijsterd. Hoezo? Maar hij had gelijk. Ik droeg de Indische cultuur nauwelijks. Ik voelde weinig verbinding met de geschiedenis en de grond van Indonesië.