Voor de Nederlands-Indische gemeenschap

ANDERE INZICHTEN

Het voorwoord van Maureen Welscher.


Elke maand heeft INDAH* een thema. En elke keer weer ben ik gefascineerd hoe dat ene thema tot zoveel verschillende artikelen kan leiden die ogenschijnlijk niets met elkaar te maken hebben. Het thema ‘eyeopener’ ontstond toen ik uitgenodigd werd om aan te schuiven bij een Dialoogtafel van Stichting Pelita in Paleis ’t Loo. Bij de Dialoogtafel wordt onderzocht wat de doorwerking is van ons koloniaal verleden. Door met elkaar in gesprek te gaan, maak je kennis met perspectieven die je zelf wellicht niet had kunnen bedenken. Ik zal eerlijk bekennen: ik was licht sceptisch toen ik er naartoe ging, want het is not my cup of tea om met wildvreemden over mijn sores te praten. Maar uiteindelijk maakte juist de herkenning in elkaars verhalen het makkelijker om je eigen verhaal te vertellen. Zoals een deelnemer het treff end verwoordde: ‘We dragen allemaal dezelfde last en ik wilde graag horen hoe anderen daarmee zijn omgegaan of eruit zijn gekomen. Want uiteindelijk wil ik dat mijn verleden een plekje krijgt zonder de emotie maar wel met de mooie herinneringen aan vroeger.’ (pag. 24)

Grafisch ontwerper Max Kisman realiseerde zich pas tijdens een bezoek aan een tentoonstelling over moderne wajang dat hij veel meer door zijn Indonesische achtergrond was beïnvloed dan hij besefte. Hij zag de overeenkomst met zijn eigen werk. De tweedimensionale wajangpoppen die alleen een zijkant laten zien, zo tekent hij zelf ook fi guren. Kisman: ‘Pas bij het zien van de schaduwfi guren, drong het tot me door dat ik onbewust beïnvloed ben door een batikdoek met wajangfi guren dat in mijn ouderlijk huis hing in mijn vroege jeugd en dat ik destijds eng en onaantrekkelijk vond.’ (pag. 88)
Veel Indo’s groeiden niet alleen op met openlijke scheldwoorden als ‘pinda’ en ‘blauwtje’, maar ook met wat destijds als onschuldige grapjes of complimenten golden: opmerkingen over sambal, temperament, ‘Oosterse’ schoonheid. Joyce Cordus legt uit dat juist die ogenschijnlijk lichte vormen van stereotypering het soms moeilijk maken om onder woorden te brengen waarom bepaalde ervaringen toch ongemakkelijk, vernederend of racistisch aanvoelen. (pag. 76)

Het vrouwelijke standbeeld van het Monument Indië- Nederland aan het Olympiaplein te Amsterdam werd in 1935 onthuld als eerbetoon aan het machtige koloniale rijk Nederland. Dido Michielsen schreef met Dekoloniseer mij een literair essay waarin het standbeeld voor één keer besluit haar mond open te trekken om haar ongezouten mening te geven. Ze spreekt zich luid en duidelijk uit om hààr kant van de geschiedenis te laten horen en te bewijzen dat ze, hoewel roerloos, meebeweegt met haar tijd. ‘Het valt niet mee om altijd vóór me uit te kijken, te doen alsof ik niet weet wat er zich onder me, achter me en om me heen afspeelt. Maar ik weet het wel. En ik heb het allemaal meegemaakt en gezien. Ik ben tenslotte drie-en-een-halve meter hoog, gehakt uit schelpkalksteen.’ (pag. 53)

Laat je verrassen door alle verhalen in deze extra dikke INDAH*. We wensen je een mooie zomer.

Maureen Welscher, hoofdredacteur *