Voor de Nederlands-Indische gemeenschap

Onzichtbaar als Tweede Huid

In de nieuwe rubriek Wat generaties dragen kijkt Tamara van Witzenburg met een systemische blik naar hoe koloniale geschiedenis en migratie doorwerken in de Indische en Molukse gemeenschap.

Als kind speel je met ingehouden adem. Achter een gordijn, onder de tafel, in de kast. Je hart bonst. Je wil niet gevonden worden. Tegelijk hoop je dat iemand je zoekt. Dat iemand roept: waar zit je? Dat er voetstappen dichterbij komen. Dat je ontdekt wordt. Maar wat als je leert dat het veiliger is om je zó goed te verstoppen dat niemand je meer ziet? Wat als je ontdekt dat zichtbaar zijn spanning brengt? Dat je emoties te groot zijn voor de ruimte? Dat je zachter moet, kleiner, minder?
Niet gezien worden schreeuwt niet. Het komt niet met vuurwerk, maar met stilte. Het zit in wat er niet gezegd wordt. In een blik die net over je heen glijdt. In een kind dat feilloos aanvoelt: mijn emoties zijn te veel, dus ik maak ze kleiner. Je leert dat aanpassen veiliger is dan uitspreken. Dat liefde samenvalt met presteren. Goed je best doen. Dat je erbij hoort als je niet te veel ruimte inneemt. Het is geen expliciete les. Niemand zegt het hardop. Maar kinderen lezen onderstromen beter dan volwassenen. Ze voelen spanningen waar geen woorden voor zijn. Ze begrijpen ongeschreven regels nog voordat ze kunnen spellen.
En dus zet je een masker op. Een glimlach die klopt. Een houding die sterk oogt. Een versie van jezelf die geen overlast veroorzaakt. Je leert dat harmonie belangrijker is dan waarheid. Dat sterk zijn betekent: niets of niemand nodig hebben. Dat verdriet iets is wat je binnenshuis houdt.
Verstoppen wordt vanzelfsprekend. Het wordt een overlevingsstrategie. Het masker wordt een tweede huid.

Een geschiedenis die groter is dan jij
Niet gezien worden beperkt zich zelden tot het individu. Wie wortels heeft in voormalig Nederlands-Indië of in de Molukse gemeenschap, heeft een geschiedenis die groter is dan het eigen, persoonlijke leven. Koloniale verhoudingen. Slavernij. Oorlog. Gedwongen migratie. Assimilatie. Het verhaal van de Indische, Molukse en Papua-gemeenschap kreeg lange tijd weinig plek in het nationale bewustzijn. Indisch zwijgen beperkte zich niet tot families, maar weerspiegelde een bredere maatschappelijke stilte. In schoolboeken en in het collectieve geheugen kreeg vooral één perspectief ruimte: het Nederlandse. Naar wat niet binnen het dominante narratief paste, werd niet gezocht. De Molukse geschiedenis werd vaak gereduceerd tot spanningen en treinkapingen, zonder werkelijk te kijken naar de pijn, het verraad en de eeuwenlange onderdrukking die eraan voorafgingen. Alsof deze geschiedenissen die er wel waren, niet volledig aangekeken hoefden te worden.
Wanneer een collectieve geschiedenis niet wordt gezien, sijpelt dat door in gezinnen.
In stiltes aan tafel. In ouders die overleven in plaats van voelen. In grootouders die zwijgen omdat herinneren te veel kost. In kinderen die haarfijn aanvoelen wat niet gezegd mag worden. Niet gezien worden wordt zo een familietaal.