Voor de Nederlands-Indische gemeenschap

Huishoudster of huwelijkspartner? Over mijn moedige overgrootmoeder

Lisa Jap-A-Joe raakte een aantal jaar geleden geïnteresseerd in de verhalen van de vrouwen in haar familiegeschiedenis. En kwam er tot haar eigen verrassing achter dat haar Indonesische overgrootmoeder een vrouw was die onder moeilijke omstandigheden haar waardigheid behield. ‘Met alles wat ik nu weet, is mijn blik op Goena volledig veranderd.’

Een tengere, Indonesische dame op leeftijd. Met een knot in het haar en een kabaja, de traditionele blouse die boven een sarong wordt gedragen. Dat is het beeld dat ik heb van mijn overgrootmoeder, de moeder van mijn oma. Haar ingelijste foto stond altijd in de kast bij mijn grootouders. Naast haar stond een foto van haar echtgenoot: een slanke, Europees uitziende man die ernstig uit zijn lichte ogen keek.
Haar naam was Goena Lahare. Zo staat het op haar graf, dat we vroeger elk jaar rond haar sterfdag bezochten in Capelle aan den IJssel. Goena werd rond 1900 geboren aan de Westkust van Sumatra. Bij haar geboorte werd zij niet geregistreerd, want voor de inlandse bevolking was daar toen geen burgerlijke stand in Indonesië. Waarschijnlijk was Lahare de naam van haar vader. Ik heb mijn overgrootmoeder Goena nooit gekend. Zij overleed in 1978 in Rotterdam, vijf jaar voordat ik geboren werd. Tot haar dood woonde zij bij mijn opa en oma in huis en was ze een soort tweede moeder voor haar kleinkinderen: mijn moeder, ooms en tantes. De verhalen die zij over haar vertellen, schetsen een duidelijk beeld: een ontzettend lieve vrouw, niet op haar mondje gevallen en voor weinig bang. Ze werd gemist om haar wijze raad, haar mensenkennis en haar grote hart. En ze was veel minder timide en volgzaam dan het stereotype beeld dat soms bestaat van tengere, Aziatische vrouwen.
Tegelijk leerde ik ook andere dingen. Goena kon niet lezen en schrijven. Ze had nooit buitenshuis gewerkt. Behalve de plekken waar ze had gewoond in Indonesië en Nederland, had ze weinig van de wereld gezien. Toen ik zelf tiener en twintiger was, zag ik haar daarom niet direct als een inspirerend voorbeeld. Ik studeerde, wilde mijn eigen geld verdienen, onafhankelijk zijn en reizen. Ik was geïnteresseerd in mijn familiegeschiedenis, maar voelde er weinig voor om me in haar leven te verdiepen. Dat veranderde pas een paar jaar geleden. Ik was eind dertig, had de onafhankelijkheid bereikt die voor een vrouw in Goena’s tijd ondenkbaar was, en had elk continent bezocht. Ik besefte me dat er veel meer is in het leven – zorgzaamheid, familie. Ik raakte meer geïnteresseerd in de verhalen van de vrouwen in mijn familiegeschiedenis.