Het voorwoord van Maureen Welscher.
Een thema bedenken voor Indah gebeurt Indische mensen zich in herkennen, iets dat resoneert. Het kan een paar weken duren of een paar dagen maar uiteindelijk dient het zich altijd aan en weet ik instinctief dat het klopt. Onzichtbaar dus. Een woord dat op verschillende manieren geïnterpreteerd kan worden zoals de artikelen in deze Indah laten zien.
Het coverinterview is met Peter Bouman. Als rapporteur van Stichting Pelita legde hij de verhalen vast van oorlogs- getroff enen om te kijken of ze in aanmerking kwamen voor een oorlogsvergoeding. Het oorlogsverleden was iets waar de eerste generatie altijd over had gezwegen. ‘Ik merkte dat het de mensen die ik sprak veel goed deed om eindelijk hun verhaal kwijt te kunnen: voor het eerst in decennia voelden ze zich daadwerkelijk gehoord en gezien, serieus genomen. Hun omgeving – partner, familie of kinderen – had vaak geen idee van het oorlogsverleden dat ze in stilte met zich meedroegen.’
Bij een ‘geslaagde integratie’ wordt vaak de inburgering van de Indische Nederlanders ter voorbeeld gesteld. Die zou soepel, vlekkeloos en succesvol zijn verlopen. Maar niets is minder waar betoogt historicus Humphrey de la Croix. De Nederlandse overheid zette in op assimilatie (waarbij een groep de cultuur, gewoonten en waarden van een dominante cultuur overneemt en de eigen oorspronkelijke cultuur grotendeels loslaat). Pas na ‘het Oosterse’ volledig te hebben uitgewist, hoorde je bij Nederland en Nederlanders. De negatieve gevolgen van dit assimilatiebeleid zijn niet te onderschatten. Er was geen aandacht voor trauma’s opgelopen in de lange periode van oorlog en min of meer gedwongen vertrek uit Indië. Die onverwerkte trauma’s versterkt door het daarover zwijgen, werden vaak binnenshuis afgereageerd op het gezin. Niet zelden had dat eff ect op het welbevinden van partner en de kinderen.
Door zijn internationale baan als beroepsmarinier had Ronald Poetiray niet zoveel met zijn ‘Indische roots’. Afgelopen september ging hij samen met zijn drie zussen naar het Molukse eiland waar de naam Poetiray is ontstaan. Het was voor hem een volgende stap in de kennismaking met zijn familiegeschiedenis en zijn zoektocht naar ‘het gevoel.’
Als psychotherapeut bij ARQ Centrum ‘45 komt Roos Jeulink het regelmatig tegen in gesprekken met de Indische naoorlogse generatie: een buitengewone fijngevoeligheid voor de ander. Het scherp aanvoelen van iemands stemming. Het lezen van wat niet wordt gezegd. ‘Het laat zich niet altijd makkelijk omschrijven, deze kwaliteit. Het is meer dan empathie. Het is een subtiele, voortdurende afstemming op de omgeving — het opvangen van signalen die anderen niet eens opmerken. Een uitdrukking die ik geregeld hoor in gesprekken met mensen met een naoorlogse Indische achtergrond is dat een goede luisteraar aan een half woord genoeg heeft. Maar waar komt die gave vandaan? En wat kost het, als ze nooit uitstaat?’
Veel leesplezier!